|
In ons huis kook ik, mijn vrouw doet de rest. Dus toen we dit voorjaar besloten de keuken uit 1998 eruit te halen, mocht ik over één ding beslissen: de kookplaat. Ik wilde geen kap meer boven mijn hoofd. Twintig jaar heb ik me aan die rvs-schouw gestoten als ik me over een pan boog. Het werd een inductieplaat met de afzuiging in het midden van het blad, zo’n rooster waar de damp naar beneden wordt getrokken. Hieronder de week waarin hij erin kwam, half oktober, in ons rijtjeshuis een paar straten van de Oosterdorpsstraat. Maandag: de keuken is leegDe oude keuken was het weekend ervoor gesloopt door mij en een zwager met te veel enthousiasme. Op maandag stond er een kale muur met een gat waar de kap had gezeten, en daaronder één wandcontactdoos voor het oude kookstel. De keukenzaak had in de offerte één zin opgenomen: elektrische aansluitingen door derden. Derden, dat waren wij. Ik had op internet al gezocht naar een elektricien Hoevelaken die op korte termijn kon, omdat de monteurs op donderdag zouden komen en dat niet zomaar te verzetten was. Wat ik op maandag pas echt begreep, was hoeveel ruimte zo’n plaat onder het blad inneemt. De motor en het filter zitten in de onderkast, recht onder de kookplaat. De bovenste la is daardoor minder diep, en de afvoer van de lucht loopt via een kanaal naar de plint, waar een rooster de gefilterde lucht terug de keuken in blaast. Mijn pannenla werd een bestekla. Dat had ik in de showroom niet gezien. Dinsdag: de stroomOm half acht stond de elektricien Hoevelaken die ik had gevonden op de stoep, met de installatiehandleiding van de kookplaat die ik hem de avond ervoor had gemaild al uitgeprint. Hij keek in de meterkast en zag dat er ruimte was voor twee extra groepen. Een inductieplaat van dit formaat wil dat ook, legde hij uit, omdat de kookzones samen veel vermogen trekken. Bij ons model krijgt de afzuiging zijn stroom via de kookplaat zelf, dus er hoefde maar één aansluiting te komen. De plek van die aansluiting was het belangrijkste werk van de dag. Niet laag tegen de vloer, want daar komt het luchtkanaal. Niet in het midden, want daar hangt de motor. Hij hield de tekening van de keukenzaak tegen de muur, mat drie keer en zette de nieuwe perilexdoos hoog en iets naar links in wat later de achterwand van de onderkast zou worden. Rond vier uur ging hij weg. Het stopcontact zat er, de groepen werkten en de oude leiding van het kookstel was eruit. Donderdag: het blad gaat openDe keukenmonteurs waren met z’n tweeën en hadden een radio bij zich. Zij plaatsten de kasten, legden het blad en zaagden de uitsparing voor de kookplaat. Daarna de motor in de onderkast, de kanalen, het plintrooster. Het laatste wat ze deden was de stekker van de kookplaat in de perilexdoos steken. Een van hen zei dat hij blij was dat de doos niet achter de motor zat. Dat komt vaker voor, zei hij, en dan moet alles er weer uit. Ik heb toen pas begrepen dat de taakverdeling eigenlijk heel helder is. De elektricien zorgt dat er op de juiste plek de juiste stroom is. De keukenmonteur zet alles erin en steekt de stekker erin. Wat er misgaat, gaat meestal mis in het gat tussen die twee, als niemand de tekening naast de muur heeft gehouden. Zaterdag: risottoDe eerste avond heb ik risotto gemaakt, omdat dat lang staat te pruttelen en ik wilde zien wat de damp deed. Hij ging naar beneden. Echt naar beneden, met een zacht geruis. Mijn vrouw zat aan tafel en zei dat ze de keuken voor het eerst in twintig jaar niet hoorde. Buiten stond de wind zo dat je het verkeer bij het knooppunt Hoevelaken hoorde. Binnen alleen het geborrel van de rijst. |
Vijf dagen, één kookplaat die zelf afzuigt: een keukenweek in Hoevelaken
- Gepubliceerd door Keuken Leverancier








